De Avond van de Onderzoeksjournalistiek

Wie maakten in 2018 de beste onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen? Op 22 maart reikt de Vereniging van Onderzoeksjournalisten De Loep 2018 en de VVOJ Aanmoedigingsprijs uit aan journalisten die zich vorig jaar hebben onderscheiden met opmerkelijke publicaties, uitzendingen en digitale dossiers. Wie gaan naar huis met de beeldjes, de geldbedragen en de eer? Kom op 22 maart naar De Avond van de Onderzoeksjournalistiek en maak het live mee!

Kasper Goethals – De Standaard

door: Jef Poortmans
De Vlaamse journalist Kasper Goethals dook diep in de wereld van de sociale dumping. Zijn stuk gaat verder dan de berichtgeving waarin wordt vastgesteld dat lageloners uit Oost-Europa hier worden uitgebuit. Goethals begint zijn onderzoek met een mailtje van voormalig werknemer van een Pools bouwbedrijf, dat werknemers uitzendt naar België. In gebrekkig Nederlands beschrijft de mail hoe het bedrijf werknemers uitbuit door ze zeer lage lonen te betalen, ze met te veel mensen in te kleine verblijfplaatsen te proppen en ze onmenselijk veel uren te laten werken.

Miserie troef

Centraal in het artikel staat die Poolse bouwfirma die werknemers naar België uitzendt om er, vaak onder erbarmelijke omstandigheden, in de bouw, tuinbouw of feesttentenverhuur te werken. Verschillende anonieme getuigen doen hun verhaal in het stuk. Hun angst om dat te doen, druipt van het papier.
De een krijgt minder betaald dan wat hem oorspronkelijk beloofd was, de ander plukt tien uur per dag bessen in broeierige serres om aan het eind van de maand een schamele duizend euro over te houden – nog altijd een pak meer dan in hun thuisland. Uit het onderzoek blijkt immers dat veel van die werknemers van steeds verder komen. Vroeger waren het Polen, nu zijn het al Oekraïners. Zoals een van de experts in het stuk opmerkt: “Het zou me niet verbazen als we over enkele jaren Noord-Koreaanse slaven zien opduiken op Belgische werven.”
Het is ontluisterend te lezen hoe diepgeworteld en wijdverspreid die praktijken blijken te zijn in België. Door een afwisseling van levendige scènes, pakkende getuigenissen en heldere uitleg van erkende deskundigen geeft Goethals een indringend beeld van de miserie waar de ‘slaven’ in zijn stuk onder lijden. Het blijkt ook absurd eenvoudig om zulke praktijken op te zetten. Enkele nagemaakte Poolse overheidsstempels en blanco Europese detacheringsformulieren volstaan, zo leren we.

Minstens twee bronnen

De complexiteit en gevoeligheid van het onderwerp maakten dat het onderzoek niet zonder obstakels is verlopen. “Een grote uitdaging bestond erin niet al onze bronnen uit dezelfde hoek te plukken”, vertelt Kasper Goethals. “De eerste bron benaderde me per mail. Via die weg kwam ik in contact met lotgenoten, die me op hun beurt weer andere contactpersonen bezorgden.” Sociale media speelden daarin een grote rol. “Via Facebook Graph heb ik zelf een aantal contacten gevonden door bijvoorbeeld specifiek te zoeken naar Oost-Europeanen in een bepaalde Vlaamse stad. Zo heb ik op eigen kracht ook een aantal betrokkenen gevonden en gesproken”, voegt hij toe. Daarmee was hij in staat alle verzamelde gegevens naast elkaar te leggen en zijn verhaal te staven.
Factchecking was cruciaal in de opbouw van het verhaal. “Alle feiten moesten minstens door twee of zelfs drie bronnen gestaafd worden”, legt Goethals uit. Door die strenge vereisten viel heel wat materiaal weg. “Ik heb dingen laten vallen waarvan ik overtuigd was dat ze waar waren”, aldus Goethals.
Zoals vaak bij uitbuitingsverhalen getuigen de slachtoffers liever anoniem. Zijn krant heeft echter een duidelijk beleid rond het gebruik van anonieme bronnen: niet doen. Toch kreeg Goethals de steun van zijn redactie om hun getuigenissen op te voeren. “De richtlijn is om er geen op te voeren, tenzij het niet anders kan, zoals in dit verhaal waarin het om kwetsbare personen gaat. Alle anonieme getuigen die ik opvoer, zijn met naam en toenaam gekend bij de hoofdredactie.”

Wederhoor

De omvang van het onderzoek maakte dat het niet in sneltempo publicatieklaar was. “Ik heb er vijf weken aan gewerkt. Aanvankelijk was het de bedoeling het sneller te publiceren, maar dat hebben we een paar keer uitgesteld om alles waterdicht te krijgen”, vertelt Goethals. “Het was ook belangrijk om de reactie van het bedrijf dat ik noemde de juiste plaats in het stuk te geven.”
Dat was een bijkomende uitdaging, het feit dat in het artikel ter illustratie van de arbeidsuitbuiting een specifiek bedrijf werd uitgelicht en bij naam genoemd. Zoals een gedegen onderzoeksjournalist betaamt, kreeg het bedrijf gelegenheid voor wederhoor. Het artikel bevat een kadertekst met een uitgebreide reactie van de betichte firma, weliswaar via hun advocaat.

Verhaal centraal

Kasper Goethals koos bewust voor een verhalende aanpak. “Ik schrijf vooral reportages. Ik vind het een enorme meerwaarde om zulke artikelen verhalend aan te pakken en af te wisselen tussen reportage en harde feiten. In combinatie met een concreet geval geeft het een evenwichtig verhaal, het helpt om je stuk te verbreden en te verdiepen.”
Het schrijfproces heeft ongeveer een week in beslag genomen, vertelt Goethals. “Er zijn veel ogen over gegaan op de redactie. Verder is het nagelezen door enkele experts om bepaalde punten af te toetsen en te zorgen dat alles juridisch correct werd weergegeven.”

Mails niet te gauw klasseren

Als tip om dat verhalende in artikelen te verwerken, raadt de reportageschrijver aan zoveel mogelijk inspiratie op te doen bij collega-journalisten. “Vooral ‘The New Yorker’ is een te volgen voorbeeld, maar ook ‘De Groene Amsterdammer, of grote onderzoeksprojecten zoals Football Leaks en de Panama Papers. Van die laatste heb ik bijvoorbeeld opgestoken hoe je harde onderzoeksfeiten in je tekst verwerkt.”
De voornaamste les van Goethals is om vreemd aandoende mails niet meteen te klasseren. “De eerste mail, die mijn onderzoek in gang zette, was gesteld in gebrekkig Nederlands – ik had hem even goed kunnen negeren. Maar je ziet, het loont om daar nieuwsgierig naar te zijn.”
Tenslotte raadt de jonge Vlaming aan om niet terug te deinzen om hulp te vragen met je onderzoek. “Het helpt om je zaken voor te leggen aan journalisten die ervaring hebben met onderzoekswerk”, stelt hij. Ook een meelezend ogen van deskundigen ter zake kan een meerwaarde bieden, zo leert zijn verhaal.

https://www.standaard.be/cnt/DMF20181116_03949579