De Avond van de Onderzoeksjournalistiek

Wie maakten in 2018 de beste onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen? Op 22 maart reikt de Vereniging van Onderzoeksjournalisten De Loep 2018 en de VVOJ Aanmoedigingsprijs uit aan journalisten die zich vorig jaar hebben onderscheiden met opmerkelijke publicaties, uitzendingen en digitale dossiers. Wie gaan naar huis met de beeldjes, de geldbedragen en de eer? Kom op 22 maart naar De Avond van de Onderzoeksjournalistiek en maak het live mee!

De grootschalige fraude van Der Spiegel-sterverslaggever schokte de Duitse journalistiek. ‘We zijn te zeer gefocust op het mooie verhaal.’

door: Evert de Vos

Claas Relotius was zeven jaar medewerker van Der Spiegel en anderhalf jaar vaste redacteur. De sterreporter maakte zestig, veelal indrukwekkende reportages. In 2018 nog werd hij bij de Deutschen Reporterpreises op het podium gehesen, zo schrijft het Duitse weekblad. Voor de beste reportage van het jaar, waarin hij het leven beschrijft van een Syrische jongen die gelooft dat hij de burgeroorlog kan beëindigen door een kinderstaking. De jury oordeelde dat het artikel met ongeëvenaard gemak is geschreven, en met een ‘dichtheid en relevantie die nooit openlaat op welke bronnen het gebaseerd is’.

Dat laatste bleek niet helemaal te kloppen. De bronnen zijn ‘goed bedacht, uitgevonden, gelogen. Citaten, scènes, veronderstelde mensen uit vlees en bloed. Fake’, oordeelt Der Spiegel eind december 2018 in een onthullende reportage waarin de fraude aan de lezers bekend wordt gemaakt. Ook veel andere artikelen bleken gefabuleerd. Zo was er de onthullende reportage onder de titel ‘Jaegers Grenze’ over een burgerwacht in Arizona die jacht maakt op illegale migranten. Relotius had de groep niet eens bezocht.

Dit laatste artikel werd Relotius’ Waterloo. Co-auteur Juan Moreno geloofde het materiaal van Relotius niet en reisde op eigen kosten naar Arizona. Hij onderzocht de bronnen van zijn collega en stuitte op de fraude en ging door een hel toen bleek dat de leiding wekenlang zijn beschuldigingen niet geloofde. Bij een ondervraging door zijn chefs brak Relotius echter en bekende vele fraudes.

Relotius (33) was de meest gevierde journalist van zijn generatie. Hij won onder meer vier keer de Duitse reportersprijs, de European Press Prize en hij werd CNN-journalist van het jaar. Ook belandde op de Forbes-lijst ‘30 onder 30’, categorie media.

Hoe kon een journalist die zo in de belangstelling stond zo lang doorgaan met zijn fraude? ‘Relotius is gewoon een aardige, bescheiden man’, vertelt Günter Bartsch, ‘niemand zag hem als een bedrieger’. Hij speelde het ook bovendien ook erg slim. ‘Steeds wisselde hij van eindredacteur en factcheckers, zodat niemand zou ontdekken dat hij wel veel bronnen had die niet meer te achterhalen waren.’

De redactie van Der Spiegel heeft de affaire goed aangepakt, meent de directeur van Netzwerk Recherche, de Duitse equivalent van de VVOJ. ‘Ze hebben gelijk de openbaarheid gezocht, terwijl andere bladen in dit soort gevallen het vaak in stilte regelen. Je kunt misschien wel kritiek hebben op de vette manier waarop ze het verhaal hebben opgeschreven – typisch Spiegel – maar ze deden het maar mooi  en staken ook gelijk de hand in eigen boezem.’

Want hoe had dit kunnen gebeuren? Was de werkdruk te hoog? Of de zucht naar primeurs en bijzondere reportages. Een commissie van drie met zelfs één lid van buiten toog aan het werk.

Tegelijkertijd brandde de discussie los in de Duitse (onderzoeks)journalistiek. Een collega liet zich ontvallen dat het toch wel gebruikelijk is om buitenlandse bronnen wat woorden in de mond te leggen. ‘Want niemand kan het controeren.’ Een medewerker van de Süddeutsche Zeitung liep tegen de lamp omdat hij hetzelfde verhaal aan twee verschillende kranten had verkocht. Hij had alleen wat namen veranderd en citaten aan andere bronnen toegeschreven. Pijnlijke onthullingen in een tijd dat extreemrechts in Duitsland de ‘Lügenpresse’ voortdurend onder vuur neemt.

Door de grote nadruk op het mooie verhaal, dreigt de waarheidsvinding in het gedrang te komen, constateert Günter Bartsch. ‘Voor narratieve journalistiek heb je bijzondere bronnen nodig, maar die zijn er niet zoveel. Het risico bestaat dan dat collega’s bijvoorbeeld verschillende bronnen gaan samenvoegen tot één, dat ze het handelen van bronnen beïnvloeden en hen aanzetten tot bijzondere daden of dat ze zelfs bronnen gaan verzinnen. De journalist als meester van zijn verhaal.’

Journalistieke ethiek wordt nagenoeg niet meer gedoceerd op opleidingen, stelt Bartsch en ook in de beroepspraktijk wordt er nauwelijks over gediscussieerd. ‘Het zou de winst kunnen zijn van deze affaire, dat we weer eens gaan praten over de ethiek van ons vak. Over de keiharde grens tussen fictie en non-fictie, en over de kleuren waarin we een verhaal schilderen. We gebruiken nu vaak zwart en wit omdat dat lekker contrasteert, goed voor de spanning, maar het leven bevat nu eenmaal veel meer grijstinten.’