Roelof Bosma, André Nelis en Danny Brood – Zembla

Gaan we weer zo’n gifveld aanleggen? Het was dat eerste telefoontje dat de journalistieke antenne van Roelof Bosma op kunstgras richtte. Het resultaat: Zembla onthulde in ‘De Kunstgrasberg’ hoe een groeiende berg afval symbool staat voor afwezige toezichthouders. Met maker Roelof Bosma bespreek ik de ‘Zemblamethode.’

Door: Ineke Boersma

Bosma voetbalde vroeger veel, op kunstgras. “Ik vond het altijd erg stinken, voornamelijk die korrels. Ik kreeg last van mijn longen.” Hij vroeg zich af waar ze precies op voetbalden, maar het echte onderzoek begon na dat telefoontje. “Als iemand die zo’n veld zelf aanlegt het een gifveld noemt, dan zegt dat mij heel veel.”  

De Zembla-journalist zit al sinds 2016 diepgeworteld in dit dossier. Met drie eerdere uitzendingen over rubbergranulaat en milieuverontreiniging haalde hij al uitgebreid het nieuws. “Er zullen vast mensen op de redactie kunstgrasmoe zijn geworden, maar er viel nog genoeg te vertellen. Daarom is het mooi dat de cirkel nu rond is: dit verhaal is het einde van de levenscyclus van zo’n mat.”

Door zijn inmiddels opgebouwde netwerk kreeg hij in 2016 al de tip om het einde van zo’n kunstgrasmat onder de loep te nemen. Het bleek dat die niet worden gerecycled, maar verhandeld en gestort – terwijl gemeenten wel voor recycling betalen. Bosma vertelt dat de markt gigantisch is, maar het wereldje klein. Vink uit Barneveld en Tuf Recycling uit Dongen zijn in Nederland de enige bedrijven waar kunstgrasmatten worden gerecycled. “Als die het dan niet voor elkaar hebben, is de hele markt de klos.”

Matten volgen

Omdat ze bij Zembla al lang met kunstgras bezig waren, raakten ook andere journalisten geïnteresseerd. Danny Brood nam contact op met de mededeling dat hij bij Tuf via een WOB-verzoek wat op het spoor was. Als freelancer is hij niet aan Zembla verbonden, maar voor deze uitzending sloot hij zich aan bij Bosma en diens collega André Nelis. Ze zijn op verschillende manieren te werk gegaan. “De eerste manier waren de WOB-verzoeken bij gemeente Dongen en de provincie Gelderland. We kwamen er ook achter door matten gewoon te volgen, ook die naar het buitenland gingen. Ik ben in al die jaren geregeld langs Dongen gereden om even te kijken. Wat ligt er nog? Hoe veel?”

Bosma komt op het spoor van een Duitse Facebookgroep waar ook Nederlandse velden worden aangeboden. “Dat moest wel undercover, als paardenliefhebber. Zo kon ik volgen welke matten er werden aangeboden.” Hij weet een Cruyff Court te traceren in Duitsland. Hij deed zich ook een keer voor als particuliere verkoper bij een handelaar in Lelystad. “Om jouw vraag te beantwoorden of dat wel helemaal netjes is: ze doen voorkomen alsof ze alles keurig regelen. Niets zegt meer dan zo’n beeld van een Cruyff Court waar het dan misgaat. Ze zouden het me niet vertellen als ik de vraag keurig stel. Het is natuurlijk wel een afweging of het belang groot genoeg is. Dat vond ik in dit geval wel. Niet alleen omdat de Cruyff Foundation een verkeerd beeld kreeg voorgeschoteld, maar ook naar die gemeentes toe.”

Geen zelfreinigend vermogen

Wat voor de onderzoekers lastig was, was dat de bedrijven waar het om ging geen interview wilden geven. Bij zowel Vink als Tuf mochten ze eerst alles zien, maar zodra zij wisten waar ze mee bezig waren, hield het op. “André en ik zijn wel langgewenst in Dongen. Daar zei de directrice dat we over twee weken weer mochten komen. Het zou dan opgelost zijn.” Toen ze terugkwamen, vonden ze een kantoor, omgeven door matten en rubber. Er was niks veranderd. Een interview heeft Tuf nooit meer gegeven. “De kunstgrasmarkt wil er alleen maar positief uitkomen, daardoor krijg je constant tegenwerking. Er is geen zelfreinigend vermogen in die markt. Men wist het al jaren, maar iedereen dacht aan de goedkoopste oplossing. Ze hebben een goudmijn gezien en nooit nagedacht over de gevolgen.”

Toen bleek uit een WOB-document dat de provincie Gelderland de situatie bij Vink gedoogde, omdat ze een te grote speler zouden zijn. Bosma noemt het daaropvolgende interview met de gedeputeerde opmerkelijk. “Als je nu weet dat ik daar vijf keer ben geweest. Ik mocht zelfs wel even met de mensen van de omgevingsdienst zitten. Tijdens het derde gesprek ging het over de opmerkelijke gedoogbrief die bij de WOB-documenten zat. Normaal houd ik me dan een beetje stil, maar ik heb toen mijn verbazing uitgesproken. Het kon voor hen geen verassing zijn dat ik er tijdens het interview weer over zou beginnen.”

Hij is flink tegengewerkt door de provincie. Er ging een streep door de afspraken, contact verliep enkel nog per mail en hij kreeg nooit antwoord op concrete vragen. Symptomatisch voor de kunstgraswereld noemt hij het. “Bij die bedrijven worden overtredingen geconstateerd, hè? Ze mogen gewoon illegaal iets beginnen, terwijl jij en ik meteen de klos zijn. De afvalcontainer een dag te vroeg neerzetten bij een verbouwing, bij wijze van spreken. Dat contrast is veel te groot. Als je dan ook nog zo’n provinciebrief ziet, waarin ze toegeven dat ze Vink niet aanpakken, omdat ze te groot zijn… Ongelofelijk.”

Eén veld, vijftien vrachtwagens

Dit verhaal gaat niet alleen over kunstgras. Het laat ook zien hoe bevoegd gezag omgaat met handhaving en grote bedrijven. “Alle velden van Nederland liggen bij Tuf en Vink. Nu moeten die kleine gemeentes daar waarschijnlijk voor opdraaien, omdat wij het niet goed geregeld hebben. Eén voetbalveld is zo vijftien vrachtwagens, dat is heel tastbaar. Als je bij Tuf langsreed, zag je direct de berg velden liggen. Bij Vink zag je de overtredingen van buiten veel minder, daar hadden we de WOB-verzoeken nodig om aan te tonen hoe het zat. Al wisten we natuurlijk dat we op het goede spoor zaten.’’

Bosma was dag en nacht met zijn bronnen bezig. Mensen sprak hij het liefst face to face. “Ik zat met iemand in een wegrestaurant aan wie ik vroeg of hij de informatie ook zwart op wit had. Hij zei dat ik dat niet kreeg. Uiteindelijk rijd ik dan toch in mijn auto met hem mee naar huis om zijn map op te halen. Dat werkt niet als je een dagje gaat rondbellen.” Bronnen zijn vaak bang om met journalisten te spreken. Alleen langskomen heeft daarom al een enorme impact. Soms stond hij medewerkers thuis op te wachten. Daarnaast moest hij steeds goed nadenken en afwegen welke woorden hij koos. Als hij iets zei, kon namelijk snel gedacht worden dat hij met bepaalde mensen om tafel zat. “Met welke intenties benaderen mensen je? Daar moet je scherp op zijn. Ze gebruiken je gewoon als ze de kans krijgen.”

Communicatiebureau

Bosma voelde zich verantwoordelijk om het verhaal af te ronden en daar transparant over te zijn. “Deze uitzending was het moeilijkst om te maken. Nu hoefde ik alleen maar te bellen en de hoorn ging er al op, in het begin was dat niet zo. De derde uitzending was zo lastig doordat communicatiebedrijf Hill & Knowlton erop was gezet. Een van onze bronnen is door hen onder druk gezet om vlak voor de uitzending zijn verhaal terug te nemen. Ze gaan over grenzen. Het interesseert ze gewoon niet, ze denken alleen maar in geld en belangen. Ze kunnen zich niet voorstellen dat je vanuit journalistieke interesse en onafhankelijkheid denkt.” Zo weet Bosma dat er verhalen rondgaan dat hij aandelen zou hebben in kurk of zou zijn omgekocht door de kurkwereld. Hij kan er wel om lachen, maar merkt dat er met de feiten wordt gerommeld. “Mensen krijg je moeilijker voor de camera, ze zoeken hun eigen podium en gaan met een gestrekt been in op de onderzoeksjournalistiek. Ze komen vaak op de dag zelf met een verklaring over een uitzending die ze niet hebben gezien. Vink en de provincie Gelderland wisten dat er gewobd was. En dan toch met zulke reacties komen. Ik snap het gewoon niet.”

Bij Zembla kan deze vorm van verslaggeving nog wel, maar dat is uitzonderlijk, volgens Bosma. Hij maakt vier uitzendingen per jaar en dat is volgens hem ook echt de max. “Je hebt die tijd echt nodig. Je hebt elkaar nodig om te kunnen sparren. Het kan wel alleen, maar dat is erg eenzaam. En ik denk dat je dan fouten gaat maken. Aan het eind van dit onderzoek was ik helemaal kapot, nu ben ik dat alweer bijna vergeten. Ik doe dit nooit weer, zeg je na zo’n onderzoek. Zo werkt het vaak.’’

Inmiddels ligt de markt stil en is er in Nederland is een groot recyclingprobleem. Tuf is in oktober getroffen door brand en recyclet geen kunstgrasmatten meer. Ook Vink heeft aangegeven daarmee te stoppen, maar alle matten liggen er nog wel. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is aan het kijken of er toch geen landelijke oplossing kan komen. En de kunstgrasmarkt? “Die hebben nu eindelijk productverantwoordelijkheid genomen. Dat hadden ze natuurlijk aan het begin moeten doen.”

 

 

Tips van Roelof Bosma
  • “Ik vond het fascinerend dat hier het oude handwerk terugkwam. Gewoon op pad en matten volgen. Niet op afspraak met mensen spreken, maar gewoon ergens heenrijden en ter plekke kijken hoe het zit.”
  • “Niets is wat het lijkt. In een kamer van Tuf hing een fantastisch schema van hun hele proces. Voor een journalist is het bijna een eerste les – let op! – maar ik weet zeker dat iedereen die langskwam daar is ingetrapt.”